De Gerechtsdeurwaarder: koorddanser op de lijn van de schuldeiser en de schuldenaar.

De Gerechtsdeurwaarder: koorddanser op de lijn van de schuldeiser en de schuldenaar.

Niet bij iedereen is bekend dat de Gerechtsdeurwaarder naast het dienen van de belangen van de schuldeiser ook dient te borgen dat de schuldenaar minimale bestaanszekerheid heeft.

Men zou denken dat bij alle vormen beslag hiermee rekening wordt gehouden. Dat is dus niet zo. Om de minimale bestaanskosten te kunnen voldoen geldt bij loonbeslag een beslagvrije voet, zodat slechts op het resterend inkomensdeel beslag kan worden gelegd. Bij een bankbeslag geldt er geen wettelijke beslag vrije voet. Het Gerechtshof Amsterdam volgt deze wettelijke regel en stelt dat er bij bankbeslag de beslagvrije voet niet direct van toepassing is, wanneer het inkomen op de bankrekening is gestort. Echter, de rechtbank Oost-Brabant en eerder ook het Gerechtshof Den Bosch, oordeelden dat het systeem van de beslagvrije voet op onaanvaardbare wijze wordt doorbroken indien de beslagvrije voet niet wordt toegepast bij bankbeslag en op de bankrekening geen geld meer ter beschikking is voor levensonderhoud. Er zijn nu dus 2 verschillende benaderingen vanuit de rechtspraak.

De gerechtsdeurwaarders proberen ondertussen in de praktijk tegemoet te komen aan enerzijds de wens van schuldeiser op verhaal van zijn vordering en aan de andere kant het streven om de minimale bestaanszekerheid van de schuldenaar veilig te stellen. In dat streven wordt de gerechtsdeurwaarder op dit moment belemmerd doordat onvoldoende inzichtelijk is over welk vermogen en inkomsten de schuldenaar beschikt. Bij bankbeslag kan dan niet worden vastgesteld of het bestaansminimum wordt aangetast. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat “aan de toepassing van de regels van de beslagvrije voet in onderhavig geval de uitleg moest worden gegeven dat een beslag onder de bank op de rekening van de gerechtigde niet zal beklijven voor zover daarop het beslagvrije deel van de uitkering is gestort. Hetzelfde geldt wat betreft de bedragen met betrekking tot de zorgtoeslag en bijzondere bijstand. Nogmaals, een gerechtsdeurwaarder heeft op dit moment niet het inzicht in de middelen en uitkeringen van de schuldenaar.

Reden voor de koepelorganisatie, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) om een pre-advies op te stellen waarin wordt gepleit om gerechtsdeurwaarders inzicht in de feitelijke vermogenspositie van de schuldenaar te geven. Dit advies is gericht aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie en heeft als doel om tot een wetswijziging te komen.